“Stations zijn ’s nachts nog onveiliger dan overdag”
Stations zijn onveilige buurten geworden. Na de moord op Joe Van Holsbeeck is dit nog maar eens gebleken. Als je bij dag al aangevallen kan worden, welke risico’s lopen reizigers dan ’s avonds en ’s nachts niet? De werknemers van de NMBS ijveren er dan ook voor dat de overheid eindelijk eens concrete maatregelen neemt om de stations weer leefbaarder te maken. Het ondergrondse Centraal Station in Brussel ligt er verlaten bij. Onveiligheid in stations neemt toe. Toch is het nog maar tien uur ’s avonds. Het is precies deze geheimzinnige rust die voor een zekere angst en gejaagdheid zorgt bij de enkele mensen die er nog wachten op één van hun laatste treinen.
Afgezien van enkele ‘rondhangende’ jongeren lijkt het Centraal Station in Brussel rustig. Toch is dit slechts schijn. Mark Ravestyn (44) werkt al vijftien jaar als administratief bediende bij de NMBS. Hij vindt dat de onveiligheid in de stations de laatste jaren sterk toegenomen is. “De moord op Joe Van Holsbeeck heeft heel even de problematiek waarmee werknemers van de NMBS elke dag geconfronteerd worden in het licht gezet. Het is jammer dat er eerst slachtoffers moeten vallen vooraleer onze politici wakker geschud worden. Bovendien is hun sterke taal nooit van lange duur. We zijn al meer dan een half jaar verder en nog steeds heeft de overheid geen concrete maatregelen klaar om de onveiligheid in de stations aan te pakken.” En die onveiligheid die is er. “Ik blij dat ik in een ploegenstelsel werk, zodanig dat ik maar om de zoveel weken eens de late dienst heb. Als ik dan al eens de late dienst moet doen en zo tegen elf uur, middernacht door het station ronddwaal ben ik altijd blij dat ik niet helemaal alleen ben, want hier en daar zie je toch wel rondhangende jongeren die god weet wat roken en snuiven. Ook zie je soms bedelaars en zakkenrollers. Als er dan nog andere reizigers wandelen in het station, is dat voor mij toch een geruststelling. De criminaliteit is dan ook in de stations van Brussel veel hoger dan in de andere stations van België.”
Reizigers
Hoe ervaren de reizigers de nachtelijke sfeer in het station Brussel Centraal? De meeste van hen zijn blij als de verlossende laatste trein eindelijk aankomt. Willy De Ruytter (66) is één van de passagiers die nog op zijn laatste trein zit te wachten. “Om de maand kom ik in Brussel naar lezingen van het Davidsfonds. Als je dan in een plaatselijk café iets drinkt, loopt het al snel tegen het uur waarop ik mijn laatste trein nog haal. Ik vind het enerzijds wel gemakkelijk om met de trein te komen, maar anderzijds is het wel gevaarlijk om de
Willy De Ruytter trein nog rond middernacht te moeten nemen. Wat me vooral stoort is dat de verlichting in het station heel zwak is, waardoor je nog meer die mysterieuze angstige sfeer ervaart als reiziger wanneer je zit te wachten. Om de tijd te doden, lees ik soms een boek, maar echt genieten kan ik er niet van. Wanneer je zo van die jeugdbendes ziet rondtroepen, breekt er toch angstzweet uit. Ik ben dan ook altijd iets meer gerustgesteld als ik nog reizigers zie wachten. Als de laatste trein eindelijk aankomt, voel ik me opgelucht. Meestal staat mijn vrouw me dan op te wachten in het station van Kortrijk zodat we samen naar huis kunnen gaan.”
Voor Griet Depoortere (27) is het vooral het ontbreken van politie in het station dat haar stoort. “Ik vind dat de stations in Brussel toch een zekere onveiligheid uitstralen door de zwakke verlichting en het feit dat het station heel verlaten is op dit uur van de nacht. Toch meen ik dat het beter zou zijn dat er in ieder station vanaf een bepaald uur op de avond politie aanwezig zou zijn. Dit zou ervoor zorgen dat de stations weer leefbaarder worden en meer mensen opnieuw de trein ’s avonds of ’s nachts zouden durven nemen. Ook op de trein zelf zouden er politiemensen moeten zijn, want soms word je niet aan het station zelf lastig gevallen, maar op de trein zelf. Ik heb het nog maar één keer meegemaakt dat ik op de trein door een vreemde man werd aangesproken die behoorlijk dronken was en me lastig viel. Gelukkig heb ik altijd mijn gsm bij me en heb ik ermee kunnen dreigen dat ik als hij bleef aandringen, dat ik mijn vriend zou waarschuwen. Uiteindelijk is hij dan toch opgehouden en heeft hij zijn roes uitgeslapen.”
(Ineke Coolsaet)
Nog geen reacties.